Wie ik nog ein jungske waas....(6)

 

 


Herinneringen aan de Lambertusgroep, deel 6


De Lambertusgroep, tegenwoordig Scouting St. Lambertus Blerick, viert dit jaar haar 75-jarig bestaan. Omdat de Lambertusparochie/Smeliënkamp de geboortegrond is van de groep, blikken we in elke uitgave van PUNT terug op de tijd dat de groep in onze wijk gevestigd was, aanvankelijk in de Lam-bertuskerk en Ons Huis, later in een houten schoolgebouw aan de Ottostraat. Dit keer aandacht voor de rol die de kerk in de beginjaren speelde in het bestaan van de groep.

 

De katholieke kerk was in de beginjaren van scouting in Nederland geen voorstander van scouting. Zo schreven de Nederlandse bisschoppen in 1912 "hunne geestelijkheid, zoveel mogelijk te zorgen, dat hunne katholieke mannen en jongens aan de padvinderij niet meedoen."

De kerk besloot zelf een jeugdorganisatie op te richten: de Jonge Wacht. Na de oorlog bestond de Jonge Wacht niet meer en werd er in de Lambertusparochie een nieuwe groep opgericht die zich aansloot bij de Katholieke Verkenners.

 

De kerk als huisbaas

De groep kreeg aanvankelijk onderdak in de toren van de Lambertuskerk. Muurschilderingen uit die tijd zijn daar nog steeds te zien en die geven goed het katholieke karakter van de groep weer: het logo, met daarin een kruis verwerkt en een afbeelding van St. Joris, de patroonheilige van de katholieke verkenners.



In 1950 verhuisde de groep van de Lambertuskerk naar de zolder van Ons Huis, dat tot die tijd in gebruik was geweest als noodkerk en eigendom was van de kerk. Het kerkbestuur bleef dus de huisbaas. Intussen was er ook een gidsengroep opgericht. Die vond aanvankelijk onderdak in de sacristie van de kerk, en verhuisde later ook naar Ons Huis. In 1964 zouden gidsen en verkenners fuseren.

In de bossen van de Wielder werd, op terrein dat eigendom was van de kerk, voor de oorlog een blokhut gebouwd voor de Jonge Wacht. Na de oorlog werd deze in gebruik genomen door de verkenners, ook hier dus met de kerk als huisbaas.

 

Aalmoezeniers

Vanaf het begin was een kapelaan van de Lambertusparochie als aalmoezenier verbonden aan de groep. De taak van de aalmoezenier was “de geestelijke gezondheid bewaken”, in de breedste zin van het woord. In de beginjaren was ‘’de aal’’ meestal bij de opkomsten en dan werd er vooraf bij de opening gebeden. Enkele namen van voormalige aalmoezeniers: Janssen, Jötten, Valk, van Dijk.

 

Invloed van de kerk op het programma

Als je als welp geïnstalleerd werd legde je de belofte af. Deze begon als volgt: ‘’Ik beloof, met de hulp van Gods genade, mijn best te zullen doen, en mijn plicht te doen tegenover God, kerk, en vaderland.’’ Ook werd de pas geïnstalleerde welp gezegend door de aalmoezenier.

 

 


Het welpenprogramma was o.a. gericht op het leren van allerlei kennis en vaardigheden, waaronder ‘’dooppatroon’’ en ‘’liturgie’’.

Ook de verkennersbelofte begon met bovenstaande zin. De wekelijkse bijeenkomsten begonnen met een gebed. Ook hier werd aandacht besteed aan het verwerven van kennis en vaardigheden, o.a. ‘’de H. Mis kunnen dienen’’ en het insigne ‘’Acolyt’’.

Op zomerkampen ging de kapeltent mee. Coen Faassen herinnert zich: ‘’Mijn eerste kamp vond in 1957 plaats in Geijsteren. Aalmoezenier Hans Jötten ging mee. Elke morgen een H. Mis op het kampterrein, en elke avond een rondgang over het terrein waarbij het rozenhoedje werd gebeden. De tocht eindigde bij het Mariahoekje met een slotgebed, en ter afsluiting het gezang “In manus tuas”.

 

Dit artikel kwam tot stand dankzij bijdragen van o.a. Theo Smeets, Coen Faassen, en John Gordebeke.

Jo Peeters
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. , tel. 0615387104

 

 

Aanvullende gegevens