Een bi-cultureel leven

 

Aan tafel

 

Bazelen, bikken, bikkelen, brunchen, buffelen, bunkeren, consumeren, dineren, hachelen, happen, inschrokken, kanen, knabbelen, vreten, naar binnen werken of de inwendige mens versterken. Uitgebreide synoniemen voor eten. Een bezigheid die ik met plezier uitvoer en waar ik ook de tijd voor neem.

 

Mijn roots komt uit Gaziantep, een stad in Turkije die grenst aan Syrië. Gaziantep is dé culinaire/bourgondische stad van Turkije. De onbetwiste stad van baklava, de stad waar de beste pistachenoten groeien, de stad van kwalitatief goede aubergines waar je overheerlijke gerechten mee kunt maken (zoals dolma, patlican kebab, etc.), de stad v.d. specerijen en de overheerlijke salsa, de stad waar je meer dan 500 soorten pangerechten zult vinden en geen tijd hebt om ze allemaal te proeven.

 

De geschiedenis van Gaziantep gaat terug tot de Hitieten, het is een van de oudste bewoonde steden ter wereld. De Hitieten noemde de stad Khantap wat in Hititische taal koningsland betekend. Vele eeuwen later ging de stad Ayintab heten, daarna Antep en vanaf 1921 uiteindelijk Gaziantep. Cultuursnuivers zoals ik komen niks tekort in de vele musea die de stad kent. Meest bekende zijn het Zeugma mozaïek museum (2de grootste v.d. wereld), het oorlogsmuseum, het speelgoed-museum, het Hammam museum (Gaziantep staat ook bekend om zijn hammams) en etc. Niet voor niets heeft Unesco Gaziantep in 2015 benoemd tot ‘a creative City of Gastronomy’.

 

Als klein kind hoefde ik geen broodje hagelslag maar ging mijn voorkeur naar ‘Oma’s zelfgemaakte Turkse brood, gesmeerd met hete zelfgemaakte salsa uit Gaziantep en belegd met lente-ui en Peterselie’. Snotterend aten we dit op, wat was dat heerlijk zeg. Als we gingen BBQ’en dan marineerde mijn vader één dag van tevoren het vlees en de dag erop werden deze op de shish gespietst. De salade (piyaz) werd bereid, samen met de Ayran, Turks brood en nog het een en ander wat nodig was om er een heerlijk eetfestijn van te maken.
We gebruikten absoluut geen saus voor de broodjes. Saus is mijns inziens gecreëerd om vleessmaak te maskeren voor (met alle respect) culinair onkundigen. De enige sauzen die we destijds hadden waren mayo en curry die alleen maar voor friet of kipburgers gebruikt werden.


Rond feestdagen was mams ook dagenlang bezig met de voorbereiding, van yuvarlama, dolma tot het maken van zoetigheden. Om de paar weken stond zelfgemaakte lahmacun (Turkse pizza) op de menu. Evenals één van de andere 500 pangerechten.

 

Als er bij mams of bij ons thuis gekookt wordt dan is er genoeg voor iedereen thuis, maar ook voor ongenodigde gasten. In de Turkse, Marokkaanse of Indonesische cultuur is dit gebruikelijk.
Iets waar ik in begin van mijn jeugd mee worstelde. Niet omdat er voldoende gekookt moest worden maar meer over het feit dat als ik bij klasgenoten (autochtonen) ging spelen, we maximaal 1 beker water of ranja kregen die op de verhouding 1:30 met water was verdund i.p.v. de gebruikelijke 1:7 en met een beetje geluk nog maximaal 1 koekje. Zodra het etenstijd was werd ik naar huis gestuurd want er was gekookt voor maximaal 3 personen.
Als ik rond etenstijd (17:00-18:00) aanklopte bij een vriendje om te vragen of die buiten wou spelen (we aten later of eerder) werd de deur door een boze vader of moeder geopend die mij op ferme toon mededeelde dat het etenstijd was en ik maar alleen moest spelen of later kon terugkomen.

 

Toen diezelfde klasgenoten bij mij kwamen spelen werden we door mams op onze wenken bediend. I.p.v. 1 koekje kregen we vanzelfsprekend een bord met verschillende (soms zelfgemaakte) koekjes, i.p.v. hierboven genoemde ranja (die door het leven kon als licht getint water) kregen we fris. Was onze beker leeg dan kon ik en mijn klasgenoot gaan ‘refillen’, zonder te vragen. Was het etenstijd dan mocht mijn klasgenoot lekker bij ons aan tafel schuiven en met ons mee eten. Wel moest hij zijn moeder bellen om te vragen of dat mocht want hij werd op dat moment thuis verwacht omdat er (je raadt het al) voor exact 3 personen was gekookt. Wat ik destijds wel grappig vond was de reactie van de moeders (telefoons destijds hadden luidruchtige speakers), ze waren altijd verbaasd. De ene moeder vond het goed de andere stond erop dat haar zoon naar huis kwam. De jongens die naar huis moesten trokken kwijlend en jammerend hun jas en schoenen aan. In de tussentijd had mijn moeder een bord klaargemaakt die zij dan thuis met hun ouders aan tafel konden eten.

 

De volgende dag op school bestonden de reacties veelal uit de volgende steekwoorden: ‘lekker, heerlijk, pittig, bedankt, wanneer mag ik weer bij jullie komen spelen?’.

 

Gegroet,
Ergün Cangir

 

Aanvullende gegevens