Kerkuilen in de wijk

 

Beste lezers van de Punt,

 

In 2016; 2017 en 2018 schreef ik een artikel over wilde kerkuilen hier in onze wijk. U kunt die artikelen via internet opzoeken en nalezen. Ik kreeg hier veel positieve reacties op, hoewel ik zo veel mogelijk een anonieme schrijver wil zijn en blijven. Wilde kerkuilen dienen goed beschermd te zijn. Kerkuilen worden namelijk graag gestolen en in een kooitje opgesloten. Oorzaak daarvan is, zoals u mogelijk weet, de film van Harry Potter uit 2003.
Er ontstond een flinke handel in deze “lieve diertjes”. De dierenbescherming spreekt zijn afschuw daarover uit. Uilen zijn roofdieren, die speciale verzorging nodig hebben. Ze eten voornamelijk alleen muizen of ratten. De uilen moeten 's nachts vrij buiten kunnen jagen, in plaats van opgesloten op een stok zitten. De dierenbescherming spreekt over een waardeloze ontwikkeling en waarschuwt particulieren om géén uil te kopen. En ik kan u verklaren dat het helemaal geen lieve diertjes zijn en dat ze nuttig zijn voor de natuur. Wel zou ik als beloning, voor het werk wat ik voor deze dieren doe, het wildkerkuilen-bestand in Nederland graag flink zien oplopen. En zo te zien werken zij er enthousiast aan om aan deze contraprestatie tegemoet te komen. Verder wil ik er natuurlijk wat mooie foto's aan overhouden. Mijn taak in deze houdt volgens mij in: de jonge kerkuilen een grotere levenskans geven dan ze in de natuur zouden hebben. Ik deed dat o.a. door een nestkast voor ze te bouwen om de kansen op broeden te verhogen en om ze tegen de regen en kou te beschermen, door ze Indien nodig bij te voeren met springermuizen en de nestkast regelmatig schoon te maken. Verder door de kerkuilenvereniging op de hoogte te houden van de ontwikkelingen, meestal via Infra-rood-opnamen verkregen, zodat die vereniging mij bij kan sturen indien nodig.

4 jonge kerkuilen, waarvan de oudste 29 dagen oud is en de jongste 23 dagen

 

De kans op bewoning en nestvorming door een volwassen kerkuilenpaartje is echter klein. Maar als er eenmaal nestvorming is geweest, komen ze elk jaar graag terug om te proberen of het lukt weer jongen te produceren. Hoe groot de kans op een broedpaartje op uw locatie is kunt u inschatten met het gegeven, dat er in Limburg in totaal slechts 80 broedgevallen waren over het hele jaar 2020. Bron: Nieuwsbrief Kerkuilen Vereniging mei 2021, c.q. www.kerkuil.com.

Natuurlijk moet de omgeving ook geschikt zijn. De specialisten spreken over biotopen. Ralf, de coördinator van de kerkuilen-vereniging Noord-Limburg, schreef mij: “zulke locaties als bij jou zijn zeldzaam en zullen zeker in de toekomst minder voor gaan komen. Huidige geschikte biotopen zijn tegenwoordig aan grote veranderingen onderhevig in onze regio. Kijk maar eens op de Heierhoeve tegenwoordig, of langs de Maas bij Venlo. Dit zal in de toekomst een grote invloed gaan hebben op de aanwezige en toekomstige flora en fauna, en al gehad hebben op de verloren soort/individuen in dit gebied”.

Over mijn bijdrage in PUNT: Ik ben gevraagd waar mijn verhalen bleven over de kerkuilen in 2019 en 2020. Met die vraag was ik snel klaar: er waren geen jongen geboren. Ik kon alleen maar beloftes maken voor een mogelijke (vierde) bijdrage in 2021.
En aldus geschiedt. Op mijn IR-camera was het prima te zien, er werden 6 eieren gelegd. En alle 6 eieren zijn uitgekomen. Maar de jonge kerkuilen zaten dicht tegen elkaar, en vormden een kluitje, waardoor niet te zien was of alle 6 opgroeiende jonge kerkuilen in de nestkast nog in leven waren. Ik schreef al aan mijn kennissen: mogelijk is (of wordt) er 1 of meer jonge kerkuilen opgegeten door een “lief broertje of lief zusje”. De oudste jonge kerkuil was toen 22 dagen oud en de jongste jonge kerkuil 12 dagen. En ik zag dat er een flink verschil was in grootte. Op een IR-filmpje zag ik, dat in ieder geval 2 van de grootste jonge uilen weinig moeite hadden een door hun ouders meegebrachte muis heel door te slikken. Een tijdje later concludeerde ik dat het voorgaande waarschijnlijk ook gold voor zijn of haar “mogelijk om op te vreten” lieve zusje of lieve broertje. Later bleek, dat het kluitje jonge kerkuilen nog maar uit 4 wezentjes bestond.
Ik ben direct gestart met bijvoeren met 2 springermuizen (half volwassen muizen) per jonge kerkuil. Het oudste jong was toen precies 4 weken oud, en het jongste jong 3 weken. Ze konden zelf een kleine ontdooide (springer)muis heel inslikken. Ik ben er mee door gegaan totdat de jonge uilen zelf naar buiten gingen, waarbij ze óók in de bomen verderop door hun ouders (voldoende) werden gevoerd.
Soms had ik ook enkele muizen over. Dat betrof de door hun ouders meegebrachte (dikke) bruine muizen van bijvoorbeeld 28 gram, i.t.t. de witte springen muizen van 10 tot 12 gram, waarmee ik bij voerde.

Het aantal jonge kerkuilen hier in de nestkast is nu drastisch uitgedund van 4 naar 3 en later naar 1 à 2. De 1 à 2 jonge kerkuilen, die nog regelmatig in de nestkast terugkomen krijgen van mij een aanwezigheidspremie in de vorm van een ontdooide springermuis. Het positieve punt is echter, dat 3 à 4 jonge kerkuilen al vele vleugelslagen buiten gemaakt hebben.
Er werd mij vaak gevraagd: “wanneer vliegen ze uit?” Mijn antwoord was dan elke keer: “ze vliegen niet in één keer uit", "en ook niet naar allerlei kanten", maar ze blijven voorlopig nog lekker hier dicht bij hun ouder(s). Want zo kunnen ze nog wat aanvullende vlieglessen krijgen, muizenvanglessen, en kunnen ze door hun ouder(s*) worden bijgevoerd. (*ik weet niet of beide ouders nog zorgzaam zijn) Maar dat ze altijd honger hebben, laten ze graag hier in de bomen horen met hun vele gesis.
Ik ben ook eens gevraagd: "wanneer laat je ze vrij?" Mijn an-woord erop was: ik laat ze "niet vrij, en ik ga ze óók niet verdrijven, of wegjagen”. Behalve dat ik dat nooit zou (willen) doen, zou dat een economisch delict betekenen. Wilde kerkuilen zijn nl. wettelijk goed beschermd. En dat verdrijven doen hun ouder(s) op een gegeven moment zelf wel. Maar zover is het nog lang niet.
Mijn doelstelling is juist, om het kerkuilenbestand in Nederland flink op te krikken. Er zijn hier in totaal 19 kerkuilen geboren.

De 4 jonge kerkuilen, waarvan de oudste 51 dagen oud is en de jongste 45 dagen

Ik denk, dat ik samen met de uilen, goed bezig ben. Ze kunnen niet goed zonder mij, maar dat geldt ook andersom. Er zijn natuurlijk ook mensen, die er anders over denken. Ik weet dat men in Portugal helemaal niet blij is als men een kerkuil ziet. Daar praat je niet over, want dat brengt ongeluk, zeggen ze. Ze hebben ook vele Portugese woorden voor het begrip kerkuil, waarbij wij er maar 1 hebben. Maar ik praat of schrijf er wél graag over en maak er af en toe een foto van.
Het gaat dus allemaal zeer goed met het wilde kerkuilenbestand hier. Of het nog beter kan hoop ik u volgend jaar te kunnen berichten in een nieuw artikel in de PUNT.

Met een bevlogen groet van de schrijver.
(Adres bekend bij de redactie)

 

Aanvullende gegevens