Extremen
Steeds als ik in een stad ben waar een gerechtsgebouw staat, kan ik de neiging niet onderdrukken even binnen te lopen. Ik kijk dan graag naar de architectuur, naar de inrichting van de zalen, de “kunst” aan de muur en meer van dat soort dingen. Vooral in het buitenland kom ik zo nog wel eens extremen tegen. Van oeroud tot supermodern. Van heel mooi tot spuuglelijk. Ook maak ik graag een praatje met de plaatselijke collega’s, de bodes en soms zelfs met mensen die staan te wachten op hun zitting of er net vandaan komen. Heel informatief en soms zelfs lachen.
Vorige maand was ik in de Zuid-Franse stad Béziers. De kathedraal en het Paleis van Justitie liggen er naast elkaar. En met het pleintje voor die twee gebouwen heb je eigenlijk alles wat mooi is in die stad wel zo’n beetje beschreven. Niks aan dus. En of dat Paleis van Justitie (want zo noemen Fransen nog trouw hun gerechtsgebouwen) mooi is, weet ik eigenlijk ook niet. Want na de toegangspoort ligt een wat kaal gebouw, waar ik niet binnen kwam. Dat ging zo.
Ik liep de poort binnen. Op de vraag van een wachter wat ik kwam doen, zei ik dat ik eens binnen wilde kijken. Hij verwees me naar de beveiliging die naast de poort zat. En die verwees me probleemloos door naar de hoofdingang, waar ik me zou moeten melden. Ik liep verder en trok het fototoestel uit mijn broekzak om het voorfront van het gebouw te fotograferen. De wachter gebaarde me dat ik niet mocht fotograferen. Dat is vreemd en zot. Als ik buiten de toegangspoort naar het voorplein was blijven staan, kon ik dezelfde foto maken zonder dat iemand me dat kon verbieden. Zou dat dan wel kunnen nu ik een paar meter achter die poort stond? Ik vroeg de man waarom ik niet mocht fotograferen. “Dat zijn de regels”, zei hij. Ik vroeg hem waarom die regel er was. De reactie: ”Als het je niet bevalt, vertrek je maar.” Rustig legde ik hem uit, dat ik als Nederlands advocaat in alle steden en landen waar ik kom, altijd mag fotograferen, zowel binnen als buiten het gebouw, behalve in de rechtszaal. Dus waarom nu zelfs niet buiten? De man ontstak in grote woede en donderde me rechtstreeks van het terrein af. “Eruit”, schreeuwde hij en wilde me beet grijpen. Drie collega’s stonden grijnzend toe te kijken. Ze waren stukken jonger dan de vijftiger die zich zo aanstelde. Om een handgemeen te voorkomen liep ik de poort uit. Toen ik een meter buiten de poort stond, draaide ik me om en maakte rustig de gewenste foto. De wachter zag het en begon op me af te stormen. Pas toen grepen zijn jongere collega’s schielijk in en hielden de man tegen.
Dat had nog wat kunnen worden. Zeker wetend dat hij mij het maken van deze foto op de openbare weg niet kon verbieden, zou ik hier zeker politiewerk van laten komen als hij met een vinger aan me was gekomen. Misschien wilde de “dolle hond” me wel aanhouden omdat ik iets deed wat hij verbood. Ik hou niet zo van mensen die menen dat mensen er zijn voor (zelfgemaakte) regels en niet de regels voor de mensen.
Vorig jaar verzoop ik bijna in Frankrijk; nu belandde ik bijna in een politiecel. Vive la France. Maar volgend jaar ga ik er toch echt weer heen. Een heerlijk land.
Vorige week was ik in Istanbul. Door een organisatiefout stonden wij ’s nachts om 12 uur op de stoep van een gigantische nachtclub een uur lang op onze bus te wachten. In dat uur heb ik het halve wetboek van strafrecht voorbij zien komen. Er reden Porches, Lamborginis, Mazeratis, Ferraris, vette Mercedessen en Peugeots etc. af en aan. Allemaal bestuurd door in de sportschool opgepompte twintigers, met bloedmooie meiden erin op heel hoge hakken en oogstrelende decolletés. De sleuteltjes werden achteloos aan de beveiligers gegeven, die de auto maar kwijt moesten zien te worden. Er lag een nacht vóór hen met consumpties waarvan er niet één goedkoper was dan € 20,-. Het zou mij boeien hoe die ouders aan de benodigde poen zijn gekomen.
Reageren? Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.


