Blerickse Buizenfabriek 2

 

Productie en Export.

De vraag naar buizen bleef toenemen en de fabriek breidde haar productie uit door een trafo te kopen bij de firma Brandt te Lei-den. Hierdoor werd de lassnelheid opgevoerd naar 40 meter per minuut.
Om aan de vraag naar kleine maatbuizen te kunnen voldoen werd er besloten om zelf een nieuwe machine te bouwen van de reserve-onderdelen van andere machines, wat een groot succes was.

In 1950 ging men er toe over om de producten naar het buitenland te exporteren. De eerste landen waaraan geleverd werd waren Indonesië en Zuid Afrika.
                                            
De exportbuizen hadden een KEMA keurmerk nodig en dus werd er iedere week gekeurd. Dat gebeurde door een knikker door de buis te laten lopen:  liep die vast dan was de buis niet goed gelast of krom.

Het ging goed met het bedrijf en voor de directie werd een motorfiets aangeschaft om de klanten in de regio te kunnen bezoeken. Was de directie afwezig dan werd er met de motorfiets door de fabriek geracet.
De motorfiets werd al snel ingeruild voor een Morris auto, afkomstig uit een legerdump. Door de goede resultaten van het bedrijf werd er voor de directie  een glanzende Chevrolet Impala gekocht…..

Men had steeds meer behoefte aan personeel en dat werd gevonden in de provincie Groningen. Het contact kwam tot stand door een van de klanten uit Winschoten. Het geworven personeel werd gehuisvest in “Ons Buiten” te Venlo.
Deze mensen hadden vooral in de veengebieden gewerkt en de omschakeling naar de fabriekshal met olie en beitsdampen was te groot.  Velen keerden al snel terug naar Winschoten.
Ook ging men naar personeel op zoek in België, waar de werkeloosheid groot was. De uit Hamon afkomstige Driek Hulsbosch was een van de eersten en hij legde zich al snel toe op het vervoer van personeel van Hamon naar Blerick en terug.

In 1960 werd een Mannesmann lasmachine gekocht. Het was een van de eerste hoog frequente machines met termotool lasprocedé en de productie vloog omhoog.

Er moest meer personeel komen en de Heer Hendrikx werd naar Turkije gestuurd om daar personeel te werven. Hij bracht tientallen werkers mee terug. Deze werden gehuisvest in het  Bondsgebouw te Venlo.
De samenwerking met de Turken was niet geweldig: men verstond elkaar niet en zo gebeurde het dat een Turkse medewerker  zich in de arm zaagde. Vanaf toen kreeg iedereen een gedegen opleiding en werden er op de binnenplaats rijlessen gegeven, in heftruck- en tractorbesturing. Zelfs was er regelmatig fietsles voor Marokkaanse en Turkse werknemers.

De Buizenfabriek had altijd een goed sociaal beleid, want in 1946 richtte de directie de “Kern” op,  later de ondernemingsraad. De leden waren de contactpersonen tussen werkgever en werknemer. Er werd een sociaal fonds opgericht, er kwam een spaarregeling, men kreeg kolenbonnen, er kwam een jubileumfonds en iedereen kreeg een extra uitkering met carnaval en Pasen. Door de goede regelingen in het bedrijf had het personeel geen behoefte om lid te worden van de vakbond en een oproep van die vakbond voor een werkonderbreking ging mooi niet door.


Uitbreiding en Hoogovens.

Na het verdwijnen van de noodwoningen diende de directie bij de gemeente Venlo een verzoek in voor de aankoop van een stuk grond van 5500 m² aan de Graaf van Loonstraat. De raadsleden H. Hagenaars (VVD) en J. Ex (KVP) dienden bezwaar in. De Buizenfabriek lag in een woonwijk en moest maar verhuizen naar het industrietrein Groot Boller. Hagenaars vond dat de grondprijs te laag was in vergelijking met de grondprijzen in de omgeving. Tenslotte werd er een stemming gehouden. Een grote meerderheid was voor verkoop en op 11 december 1957 werd een stuk grond van 5500 m² voor 25 gulden per m² gekocht. Door deze aankoop kon men een 36 meter lange hal aan de bestaande hal bouwen.

 

De Buizenfabriek werd een onderdeel van de Hoogovens en werd de N.V. Verenigde Buizenfabriek V.B.F. Er kwamen grotere en snellere machines en de capaciteit werd verhoogd naar 20 meter buis per minuut. Dit betekende dat de dagproductie hoger lag dan de jaarproductie in 1937, het jaar waarin de fabriek is opgericht. Op 20 december 1973 had men een jaarproductie van 40.000 ton, een mijlpaal.

De bewoners uit de wijk vroegen zich altijd af: ”Wat doen ze met al die buizen die de fabriek uit gaan?” Die buizen hadden allerlei bestemmingen zoals meubelindustrie, tenten, elektrische leidingen, centrale verwarming, auto-onderdelen, rijwielindustrie, vouwstoelen, kinderwagens, driewielers, bedden, brancards en nog allerlei andere producten. In die tijd waagde de Buizenfabriek zich aan het produceren van aluminium radiatoren voor centrale verwarming. Hiervoor werd in Helden een fabriek gebouwd. De 100 personeelsleden maakten er 40.000 stuks per jaar met een omzet van 3 miljoen gulden.

Door het wegvallen van de export naar Frankrijk en de concurrentie van andere bedrijven viel op 1 januari 1975 definitief het doek voor “He Radiatoren Helden”. Gelukkig konden veel medewerkers weer opgenomen worden in de Blerickse  Buizenfabriek.

Toën Verheijen

Aanvullende gegevens