Blerickse buizenfabriek 1

Een fabriek in “Hertje” Blerick. Wie en hoe kwam men op het idee om daar een buizenfabriek te beginnen?
Aan de Broekstraat, nu Pepijnstraat, lag de ijzergieterij van de firma Van den Bergh’s. Hier maakte men machines en onderdelen voor de textielindustrie, samen met de firma Gerben en Wansleber uit Krefeld. Door de crisis in Europa stapte Van den Bergh’s over op het maken van gelaste buizen, maar kreeg van de firma Struycken en Co, groothandel in staal en gasbuizen in Rotterdam, zoveel tegenwerking dat in 1936 de ijzergieterij van de firma Van den Bergh’s failliet werd verklaard.

In die periode kreeg de heer Haffmans de gelegenheid om de N.V. Ma–Bui uit Krefeld over te nemen, want deze kon door deviezenmaatregelen in Duitsland geen geld krijgen. Zo werd op 2 november 1937 in de opstallen van de ijzergieterij van de firma Van den Bergh’s door de heren Haffmans en Güsken de Blerickse Buizenfabriek opgericht.

Hier begon het allemaal.
De Blerickse buizenfabriek, in de volksmond “De Bleebui”, bracht voor de bewoners uit de wijk en de regio veel werkgelegenheid.

De buurtbewoners zagen iedere week grote rollen bandijzer de fabriek in gaan en als buizen er weer uit komen. Het bandijzer dat uit België en Duitsland kwam, werd door een buizenwals tot open buizen gemaakt van 40 meter lang. Dat ging met een snelheid van 10 meter per minuut. Hierna ging de buis door de lasmachine en werd ze in de zaagmachine in stukken van 4 meter gezaagd. De 20 werknemers produceerden 30 km. per week, die zaterdags met paard en wagen naar de losplaats van de spoorwegen werden gebracht. In 1939 werd een lasmachine gekocht, die de open buizen met een snelheid van 20 meter per minuut dicht laste. Hierdoor ging de productie omhoog. Het vervoer naar het spoor werd door de firma Niesen verzorgd. Dit gebeurde met een legerjeep met aanhangwagen, wat niet altijd zonder risico was, want ter hoogte van Janssen de bakker in de Pepijnstraat kantelde ooit de aanhangwagen en de hele lading vloog over de straat.

Men had ook 2e keus buizen. Deze waren krom of beschadigd en werden op een tweewielige kar geladen en door drie mannen naar de weegbrug bij “De Witte” geduwd. Dit was voor de mannen een heel karwei, maar het feit dat “De Witte” een café was maakte alles met een pilsje goed. Na het wegen moest het karretje met de buizen nog 300 meter verder naar buizenhandel Delvaux worden geduwd. Dan was er nog het schroot, want bij elk productieproces ontstaat afval, ook bij het maken van buizen. Dit werd in een pers in pakken van 100 kg. geperst, maar de machine hield niet lang stand en de pakken werden ook te zwaar. Het schroot werd toen met paard en wagen, eigendom van Verdellen, afgevoerd  naar Collin oud-ijzerhandel in Venlo.

En zo ontstond de “Blerickse Collin Expresse”.
Verdellen zittend op de bok en het paard sjokkend voor de wagen, vormden in die tijd dan ook een vertrouwd straatbeeld. Veel automobilisten en fietsers ergerden zich als ze met een lekke band kwamen te staan, veroorzaakt door het ijzer dat van de wagen gevallen was.

 

Een fabriek in de oorlog.

Tijdens de oorlog kwam het bedrijf in Duitse handen en er werd een ploegendienst  ingevoerd om aan de vraag naar buizen voor legertenten, -bedden en brancards te kunnen voldoen.
Door de vele bombardementen had de fabriek veel schade opgelopen en was de buizenfabriek van september 1944 tot april 1945 gesloten.
Na de oorlog is er ontzettend veel werk verricht om machines en gebouwen te herstellen.
De Heer Hermkens werd er op uit gestuurd om personeel te werven. Hierbij ging de voorkeur uit naar mensen die beschikten over eigen gereedschap zoals hamer, schuifmaat, micrometer en draadtang, want de bezetter had alles meegenomen.


Met twintig man kon de productie worden hervat, maar dat ging onder moeilijke omstandigheden. Er ging onder het personeel dan ook een gejuich op toen bekend werd dat enkele duizenden dakpannen waren gekocht waarmee de gaten in het dak konden worden gedicht.
Zo kon het personeel de legerjassen die hen moesten beschermen tegen hemelwater, aan de kapstok hangen.

Op de vloer langs de machines lagen houten vlonders. Dit had twee voordelen: de vloer was in de wintermaanden niet steenkoud en de vloeistoffen die gemorst werden bij de machines en bij het verwijderen van de walslaag, verdwenen dan meteen in de afvoergoot.

Veel werknemers kwamen uit Sevenum en de omgeving.
Dit waren meestal kleine boeren of tuinders, aangetrokken door de kinderbijslag en sociale voorzieningen. Zij wilden het liefst in de ploegendienst werken, want dan had men nog tijd over om op de boerderij te werken.

Zoals velen het zich nog kunnen herinneren, lagen aan weerszijden  van de buizenfabriek noodwoningen. Een van de woningen werd bewoond door Van Hemert, chef werkplaats. Had hij zich verslapen of had men hem nodig, dan kon men met een stok op zijn raam slaan: “Theo kom, we hebben je nodig.”

Voor veel bewoners moet het een ellende zijn geweest om daar te wonen, want in de fabriek werd dag en nacht met veel spektakel gewerkt en het stonk er altijd naar olie en verf.

 

 
          
Toon Verheijen

Aanvullende gegevens